SORA - Air Risk Class en Tactical Mitigation Performance Requirements

17.08.2021|

Elke SORA bestaat uit 10 stappen. Binnen deze 10 stappen stelt de operator zowel de grond- als de luchtrisico's vast. Waar nodig worden de intrinsieke risico's gemitigeerd. Afhankelijk van het risiconiveau is een operatie onderhevig aan een bepaald SAIL-niveau. Op basis van het SAIL-niveau worden vervolgens de OSO's bepaald. In dit artikel beschrijven we stap 4, stap 5 en stap 6  van de SORA:  het bepalen van de intrinsieke ARC, het definitief maken van de ARC en het bepalen van de TMPR's

Stap 4 - Bepaling van de intrinsieke Air Risk Class (ARC)

Het luchtrisico wordt gedefinieerd als het risico dat het onbemande luchtvaartuig in botsing komt met overige luchtvaartuigen. Om het intrinsieke luchtrisico te bepalen wordt het operationele luchtruim, zoals gedefineerd in de ConOps, gebruikt. Het luchtruim wordt verdeeld in 13 verschillende risicocategorieën. Deze categorieën worden gekarakteriseerd op basis van:

  • Hoogte
  • Gecontroleerd of ongecontroleerd luchtruim
  • Vliegveld of geen vliegveld
  • Luchtruim boven stedelijk of landelijk gebied
  • Gescheiden niet-gescheiden luchtruim

Om te bepalen in welke luchtrisicocategorie de operatie in beginsel valt wordt er gebruikt gemaakt van een flowchart. Uit deze flowchart kunnen 4 soorten ARC's voortkomen. In ARC-a wordt het risico op een botsing als acceptabel beschouwd. Vervolges loop het risico via ARC-b, ARC-c en ARC-d op. 

Stap 5 - Definitief maken van ARC

Het bepalen van het initiele luchtrisico is dus een kwalitatieve classificatie van het risico dat een onbemand luchtvaartuig in botsing komt met een ander (bemand) luchtvaartuig. In de praktijk kan het echter voorkomen dat het operationeel volume van de vlucht een andere risicokwalificatie heeft dan het initiële ARC. Het is daarom  mogelijk om het intiële ARC te verlagen naar het 'Residual ARC'. Dit kan als de operator aan kan tonen dat de dichtheid van het luchtverkeer in het operationeel volume lager is dan de dichtheid waar het initiële ARC van uit gaat. Elke uitkomst van de flowchart heeft een bepaalde mate van dichtheid wat wordt gekoppeld aan een 'Airspace Encounter Category (AEC)'. Als de operator dus kan aantonen dat de dichtheid in een bepaald AEC lager is dan de intiele dichtheid van dit AEC, dan kan het initiële ARC verlaagd worden naar een definitief ARC van een lagere categorie. 

Stap 6 - Bepalen van de Tactical Mitigation Performance Requirements

Afhankelijk van de uitkomst van stap 5 is de operator verplicht om een aantal tactische maatregelen door te voeren om het luchtrisico te beperken. Deze lijst van maatregelen zijn vooruitgeschreven. Als operator dien je je per mate van ARC je te houden aan zowel de TMPR als de level of integrity en assurance. 

Voorbeeld: de operatie vindt plaats op 800 ft en in gecontroleerd luchtruim. Vanuit de flowchart wordt dan duidelijk dat ARC-d het intrinsieke luchtrisico is. Uit de AEC tabel blijkt vervolgens dat de dichtheid van het luchtruim hierbij op level 5 wordt gesteld met bijbehorend AEC 3. Indien de operator kan aantonen dat de dichtheid gelijk is aan 3 of 2 dan mag het ARC verlaagd worden naar ARC-c. Toont de operator aan dat de dichtheid zelfs gelijk is aan 1, dan mag het ARC verlaagd worden naar ARC-b. Indien de operator aantoont dat de dichtheid gelijk is aan 1 dan wordt het luchtrisico op niveau ARC-b gesteld en dient de operator de bijbehorende TMPR uit te voeren en zich te houden aan het bijbehorende level of integrity en assurance.